Welcome to SEKEM Scandinavia.com - SEKEM Circle

De omwenteling van Egypte zal nog 20 jaar nodig hebben.

door  Andre Kühnlenz, 3 januari 2014
vertaling Lis Ilzhöfer en Maaitie Vis.
 
Helmy Abouleish is directeur van de SEKEM Holding in Egypte. De bedrijfseconoom groeide op in Oostenrijk en studeerde in Cairo. In 2003 kreeg zijn vader Ibrahim Abouleish de Alternatieve Nobelprijs voor zijn initiatief SEKEM in de woestijn van Egypte.
 
Mijnheer Abouleish, uw vader begon ongeveer 36 jaar geleden met het ontwikkelingsinitiatief en de sociale onderneming SEKEM in de woestijn van Egypte. Tegenwoordig werken hier 2000 mensen. Wat zijn de gevolgen van de onlusten van de laatste jaren op uw werk?
 
Allereerst wil ik zeggen dat wij al 36 jaar naar deze Arabische Lente hebben toegewerkt. De revolutie die nu opeens zichtbaar is geworden: wij geloven daarin sinds wij hier begonnen zijn. Maar ook wij voelen de economische gevolgen van de onlusten. Onze omzet is gedaald, voor het eerst in onze geschiedenis haalden wij in 2011 minder omzet. De val van Mohammed Mursi in het afgelopen jaar kostte ons toen zelfs 40 %. In de jaren daarvoor groeiden wij met 20 % per jaar, nu is dat minder dan 10 %. 
 
Hoe is het met de rest van de Egyptische economie?
 
Wij werken in een sector die het minst getroffen werd door de revolutie. Mensen moeten immers toch eten. Dit heeft onze landbouw, de productie van levensmiddelen en de farmacie beschermd. Maar onze textielindustrie is wel getroffen. Gelukkig exporteren wij hiervan nog steeds vrij veel. Dit heeft de omzetdaling gecompenseerd. In andere takken, zoals het toerisme, waren er verliezen van 80 tot 90 %. De Egyptische industrie en het bouwbedrijf zijn ingestort. 
 
Hoe ging het met de financiering van uw projecten?
 
In de laatste twee jaar was er geen normale bank die ook maar iets in Egypte financierde. Ze zeiden: hier is revolutie en wij houden ons daar buiten. Gelukkig gold dat niet voor ons, de banken bleven ons financieren. Maar ze hebben hun kredietlimieten niet verhoogd. En wanneer iemand groeit zoals wij, behoorlijk groeit, dan heb je geen geld over. Als je investeert in de landbouw, ook op langere termijn, is er juist meer geld nodig. Je kan daar niet zomaar mee stoppen.
 
Wat heeft u geholpen om hiermee om te gaan?
 
Toen wij begonnen in de woestijn met biologisch-dynamische landbouw, kregen wij helemaal geen financiering van buiten. Mijn vader was voor die tijd directeur onderzoek in een Oostenrijkse farmaceutische onderneming in Tirol, waar ik ook opgroeide. Door de verkoop van het huis en zijn octrooien kon hij de beginfase financieren. Pas jaren later, toen men al het een en ander kon zien van wat er bij ons gebeurde, kwamen de ontwikkelingsbanken, zoals de Deutsche Investitions- und Entwicklungsgesellschaft (DEG) en in de jaren ´90 de GLS Gemeinschaftsbank en de Duitse en Nederlandse Triodos Bank erbij. En wat ons in de afgelopen twee jaar zeer hielp, was een krediet van 7 miljoen dollar van Oikocredit. Zonder al deze sociale en groene banken zou SEKEM vandaag niet bestaan. 
 
Wat is het bijzondere aan de droom die u hier verwezenlijkt? 
 
In de eerste plaats hebben wij laten zien dat de ecologische teelt een alternatief is in Egypte, omdat die minder water nodig heeft en ook de klimaatverandering kan stoppen. Minder waterverbruik is heel belangrijk in een land als Egypte, waar een groot gebrek aan water is en dat 40 % van zijn levensmiddelen moet importeren. 
 
Naast de biologisch-dynamische landbouw zetten wij in op een coöperatieve organisatie van het gehele traject van boer tot consument. Dat strekt zich uit van de verwerking tot aan de handelaren in Egypte en Europa. Hoofdpunt: de meerwaarde wordt transparant met alle partners gedeeld. Met de conventionele economische structuren – iedereen beconcurreert elkaar – zou dit nooit hebben gefunctioneerd. 
 
Dit ziet er dus uit als een coöperatie?
 
Gedeeltelijk is deze keten van waardevermeerdering ook coöperatief georganiseerd. Daardoor blijft een deel van de meerwaarde bij de boeren, die hun eigen ontwikkelingsprojecten financieren, hun gezinnen, of gewoon hun kinderen naar school kunnen sturen. Er zijn ook jaarcontracten waardoor de boeren voor een bepaalde tijd vaste prijzen krijgen en daardoor zekerheid hebben. Wij hebben hier een netwerk door het hele land opgebouwd, van Aswan tot Alexandrië, 360 boeren hebben zich hierbij aangesloten. 
 
Hoe profiteren de 2000 medewerkers in uw moederbedrijf in de woestijn? 
 
Ons gaat het ook om het sociale. Mijn vader wilde een nieuwe gemeenschap in de woestijn stichten volgens een samenhangend ontwikkelingsmodel. Wij willen waarborgen dat er naar iedereen geluisterd wordt, dat iedereen gerespecteerd wordt, iedereen een kans krijgt om zich uit te spreken en iedereen tot een bepaald niveau medezeggenschap heeft over de dingen die hij doet – zonder de onderneming te verlammen. Hiermee bereiken wij de hoogste vorm van motivatie bij de medewerkers, namelijk zelfmotivatie. Met materiële prikkels kun je je medewerkers maar tot een bepaald niveau motiveren. Wij echter reserveren voor elke medewerker 10 % van de werktijd voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Dit klinkt in eerste instantie gek, maar je ziet dat het de moeite waard is. Op de wereldmarkt hebben wij een goede concurrentiepositie met alles wat wij produceren. 
 
Dit is nog niet alles?
 
Het vierde punt is, dat wij proberen om te investeren in de capaciteiten van elk individu. Voortdurend zijn er scholingsmogelijkheden, een heel opleidingsbedrijf. Dit begint met de kleuterschool, basisschool, voortgezet onderwijs, eindexamen, ambachtsschool, werkplaatsen voor mensen met een beperking etc. Op dit moment hebben wij achthonderd kinderen in deze verschillende instituten – ook uit de dorpen die rondom ons project in de woestijn zijn ontstaan. Met die dertien dorpen onderhouden wij een heel netwerk van diensten. In deze dorpen wonen intussen dertigduizend mensen. Sinds 2012 hebben wij ook een universiteit waar op dit moment vierhonderd studenten studeren. Hierbij gaat het om natuurgeneeskunde, sociaal ondernemen, duurzame economie, duurzame energie en watermanagement. Elke student moet ook een kwart van zijn tijd besteden aan persoonlijke ontwikkeling door middel van kunst, schilderen, zingen en filosofie.
 
En heeft u hiermee succes?
 
Het mooie is – en niemand had dat verwacht – dat wij vandaag de dag drie kwart van onze producten in Egypte verkopen. Dit betekent dat wij de grootste markt voor biologische producten buiten Europa en de Verenigde Staten bedienen. Meer dan Brazilië, Turkije en Zuid Afrika. Intussen zijn wij zelfs het voorbeeldproject van het Egyptische ministerie van Landbouw.
 
En de staat heeft u nooit ondersteund?
 
De staat heeft zèlf financiering nodig. Door de absurde subsidies, met name die voor water en energie, bevindt de Egyptische staat zich aan de rand van een bankroet. In een land zonder water en energie moet alles heel duur geïmporteerd worden. De subsidies voor energie zijn de grootste kostenpost op de Egyptische begroting. Begrijp me goed, ik ben wel voor ondersteuning van arme en noodlijdende mensen. In Egypte nodigt dit echter uit tot verspilling omdat iedereen hiervan profiteert. En als er geen subsidies waren, zouden onze ecologische producten zelfs goedkoper zijn dan de gangbare producten. 
 
Gaat Egypte nu in de juiste richting na de Arabische revolutie?
 
De verwachtingen van de mensen waren veel te hoog gespannen. Men geloofde dat er snel dingen zouden veranderen. Het gaat hier echter om diepgaande veranderingen van de structuur. Hiervoor zullen nog tenminste twintig jaar nodig zijn. En als je dat overziet en je vraagt je af waarom er tot nu toe geen resultaten zijn, dan vergeet je dat de werkelijke problemen in Egypte de werkeloosheid, de armoede en het gebrek aan water zijn. Deze problemen zijn nog steeds niet opgelost. Tot nu toe heeft de revolutie alleen maar een wisseling aan de top van de regering tot stand gebracht. Zeker, het leger is opener dan de moslimbroeders. Maar het is wel duidelijk dat het leger niet de oplossing kan zijn, het leger had al zestig jaar lang de leiding. Als zij de problemen hadden opgelost, was er geen revolutie nodig geweest.