Welcome to SEKEM Scandinavia.com - SEKEM Circle

Biologisch-dynamische bijenteelt

door Hendrik Jan Bakker (oktober 2010)

In 2007 begon SEKEM aan een ambitieus project voor het revitaliseren van de Egyptische bijenstand. Naast het gezond maken van geïmporteerde soorten voorziet het programma in het veredelen van de bijna uitgestorven lokale soort apis mellifera lamarckii.

De Egyptische bijenteelt kent een geschiedenis van duizenden jaren. Bijenvolken werden traditioneel gehouden in 'bijenmuren', samengesteld uit pijpvormige korven van rivierklei vermengd met stro. Sommige muren herbergden tot duizend volken. Deze 'korven' werden over de Nijl vervoerd om verschillende drachtgebieden te kunnen bestrijken.

Geïmporteerde soorten
Egyptische imkers werkten de afgelopen dertig jaar vrijwel uitsluitend met geïmporteerde soorten. In het begin leek dit aan te slaan, maar de volken bleken door slechte selectie, over-exploitatie en het gebruik van kunstraten van paraffine enerzijds en de afname van de biodiversiteit en overmatig pesticidegebruik in de landbouw anderzijds dermate verzwakt, dat gezond maken niet makkelijk bleek. Er komt relatief veel ziekte en varroamijt voor.

Op SEKEM worden de bijen gehuisvest in 'top bar' kasten (een type kast zonder voorgevormde raten dat in de bd-imkerij veel wordt gebruikt) omdat de traditionele korven van stro en klei zich niet goed lenen voor commerciële bijenteelt. Er worden extra drachtplanten in de omgeving geplant en er wordt slechts eenmaal per jaar, in juli, geoogst, waarbij raten met broed worden ontzien. Na de oogst wordt voldoende bijvoeding voor de hele winterperiode in de vorm van suikerwater gegeven, waarna de volken met rust gelaten worden om te kunnen herstellen.

Varroamijt werd tot nu toe steeds bestreden met methaanzuur, maar dit werkte onvoldoende vanwege de hoge verdampingsgraad in het Egyptische klimaat en omdat het schade toebrengt aan bijen en broed. Sinds voorjaar 2008 wordt in SEKEM met succes een melkzuuroplossing van 15% toegepast, niet schadelijk voor de bijen en effectief bij iedere temperatuur. Ook het verminderen van stressfactoren heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van de vitaliteit van de bijenvolken. Grootschalige ziekte van het broed komt sinds 2008 niet meer voor. De pollenvoorraad is veel beter, larven sterven niet meer af en er worden zelden dode bijen rond de kasten gevonden.

Apis mellifera lamarckii
De inheemse bij staat niet goed aangeschreven bij de Egyptische imkers en was bijna uitgestorven. In 1995 werden nog 96.000 kolonies geteld, in 2005 nog maar 15.500, vooral in de omgeving van Assiut (Midden Egypte ). De apis mellifera lamarckii is de enige inheemse soort. De werkbijen zijn roodachtig en bijna zo klein als huisvliegen. De koningin heeft de grootte van een Europese werkbij. De volken zijn klein, maar zwermen makkelijk. De opbrengsten zijn echter gering, 3-4 kg per volk per jaar (in de Nederlandse imkerij ligt het gemiddelde rond 10-15 kg). Resistentie tegen varroamijt moet worden onderzocht. Kenmerkende eigenschappen zijn de kleine celdoorsnede, een korte groeifase, uitgesproken properheid en sociaal gedrag. Deze soort lijkt zich goed aan te passen en bouwt gelijkmatige raten. Veredeling volgens Demeter standaarden lijkt goed mogelijk.

Momenteel is er in Egypte geen ervaring met de veredeling van bijen. Niet alle volken lenen zich voor verdere selectie en veredelingscriteria ontbreken. Gezonde volken waren moeilijk te vinden, maar SEKEM had het geluk in 2009 met financiële steun van de Vriendenkring SEKEM 200 gezonde volken te kunnen aankopen en is daarmee een ambitieus broedprogramma gestart. Enerzijds wordt hiermee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de soort, anderzijds wordt er een stevige basis gelegd onder een duurzaam veredelingsprogramma.

Maatschappelijk belang
Uit oogpunt van biodiversiteit is het behoud van deze alleen in Egypte voorkomende soort van groot belang voor de regio vanwege zijn unieke biologische en genetische eigenschappen.  Om de mensen vertrouwd te maken met de verzorging van bijen, worden leerlingen van de SEKEM scholen, het Vocational Training Centre en het Environmental Service Centre bij het project betrokken. In andere zuidelijke landen is gebleken dat vooral vrouwen uiterst geschikt zijn voor de bijencultuur. In een latere fase kunnen zij worden ondersteund bij het opzetten van een eigen bijenstal. SEKEM verwacht dat de eersteklas honing van Demeterkwaliteit het op de Arabische markt, waar honing in hoog aanzien staat, goed zal doen en dat hiermee voor een groot aantal gezinnen een duurzaam inkomen kan worden gerealiseerd. Het project staat onder leiding van Günther Friedmann, Angela Hofmann, Islam Siam en Helmut Kellndorfer.